Tag

Belastingen: beroepskosten inbrengen

Aan het binnenbrengen van de jaarlijkse bruine envelop gaat vaak heel wat (denk)werk vooraf. Naast het inbrengen van je jaarlijkse inkomsten, is het belangrijk om ook je kosten in te brengen. Hoe meer kosten je namelijk inbrengt, hoe minder belastingen je uiteindelijk zal moeten betalen. Daarom denk je er best even over na: kies je voor werkelijke of forfaitaire beroepskosten? En wat is nu juist het verschil?

Werkelijke of forfaitaire beroepskosten?

Als werknemer, bedrijfsleider of beoefenaar van een vrij beroep heb je de volle keuze: ga je voor werkelijke of forfaitaire beroepskosten? Je hebt die keuzevrijheid dan voor elke inkomstencategorie (dus zowel voor je bezoldiging als werknemer, als bedrijfsleider of als vrij beroeper). Wanneer je je inkomsten haalt uit de uitoefening van een nijverheids-, handels- of landbouwonderneming kan je daarentegen enkel werkelijke beroepskosten inbrengen.

Werkelijke beroepskosten

Werkelijke beroepskosten zijn die kosten die je in het voorbije jaar gemaakt hebt om je beroepsinkomsten te verwerven of te behouden. Uitzondering zijn de kosten die uw werkgever (of vennootschap) belastingsvrij terugbetaalt (kosten eigen aan werkgever/vennootschap).

Kosten kunnen als werkelijke beroepskosten worden ingebracht indien ze aan vier voorwaarden beantwoorden:

1. Beroepsactiviteit
Beroepskosten zijn kosten die je maakt voor de uitoefening van je beroep. Het inbrengen van privé-kosten die niets te maken hebben met je beroep worden hier dus niet toe gerekend.
2. Inkomsten
De kosten dienen daarnaast gemaakt te zijn met het oog op het verwerven of behouden van beroepsinkomsten. Of je ook daadwerkelijk winst gerealiseerd hebt, doet niet ter zake.
3. Voorbije jaar
De beroepskosten moeten in het voorbije jaar betaald zijn. Het doet dus niet ter zake of de kosten betrekking hebben op voorgaande of volgende jaren.
4. Bewijs
Voor alle beroepskosten dien je in principe een bewijs van betaling te hebben. Indien je niet over bewijsstukken bezit, zal je de belastingscontroleur moeten overtuigen. Je mag de kosten dan ramen op een redelijk bedrag.

Forfaitaire beroepskosten

Je kan daarentegen ook steeds opteren voor het inbrengen van forfaitaire beroepskosten. Je krijgt altijd forfaitaire beroepskosten toegekend, ook al kan je geen werkelijke beroepskosten aantonen of zijn ze lager dan de forfaitaire beroepskosten.

Forfaitaire beroepskosten worden berekend als percentage op je beroepsinkomen. Hoe hoger je inkomen, hoe lager het percentage. Let wel: maximaal bedragen ze 3.320 euro per categorie van beroepsinkomsten. Als werknemer, bedrijfsleider of beoefenaar van een vrij beroep kan je dus maximaal 9.960 euro (3 x 3.320 euro) inbrengen als beroepskosten.

Tags , ,

Wat is onroerende voorheffing?

Een huis bouwen of verbouwen, verhuizen of in orde maken; het gebeurt niet zonder slag of stoot. Ook niet qua grondbelasting, of zoals het tegenwoordig heet, de onroerende voorheffing. We helpen je alvast op weg met wat je waar, wanneer aan wie dient te betalen.

Wie dient te betalen?

Bijna iedereen die een huis, appartement of dergelijke bezit of verhuurt moet die onroerende voorheffing betalen. Enkel als huurder hoef je hier geen rekening mee te houden en dus niets op tafel te leggen. Eigenaars, opstalhouders en erfpachters dienen dat wel te doen.

Hoe weet je wat je moet betalen?

Het gemiddelde netto inkomen dat een onroerend goed in de periode van één jaar je opbrengt, noemt men het kadastraal inkomen. De administratie van het kadaster kent dat inkomen toe. Een bepaald percentage op dat kadastraal inkomen is de onroerende voorheffing, een gewestbelasting die je jaarlijks moet betalen. De berekening ervan gebeurt op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen. Het percentage, of het tarief, hangt af van gewest tot gewest (van 1,25% van het kadastraal inkomen voor een huis in het Waals of het Brussels Hoofdstedelijk gewest tot 2,5% in het Vlaams gewest). Naast dat tarief hebben de provincies en gemeentes het recht om een bijkomende belasting te heffen, de opcentiemen genaamd.

Betaling en vermindering

Vanaf een jaar nadat je in je huis bent getrokken, ben je deze belasting verschuldigd aan het gewest. Toch kan het zijn dat je niet de volle pot moet betalen, maar dat je recht hebt op een vermindering. Bijvoorbeeld als je de eigenaar bent van een bescheiden woning en je kadastraal inkomen van alle eigendommen niet groter is dan een bepaald bedrag, dan ben je minder verschuldigd. Verder zijn ook het aantal kinderen of mindervalide personen ten laste van belang want ook dan heb je recht op een vermindering. Tot slot betaal je ook minder als je zelf mindervalide bent.

Afhankelijk van gewest tot gewest

Als je in het Vlaams Gewest gevestigd bent en hoort tot een van bovengenoemde groepen die recht hebben op een vermindering, dan word je dat als eigenaar automatisch toegekend. Woon je in het Waals of Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan dien je de vermindering zelf aan te vragen. Voor een huurder met handelsovereenkomst is het van belang dat je zelf je meldingsformulier aanvraagt bij de Belastingsdienst voor Vlaanderen. Ongeacht of je in het Vlaams, Waals of Brussels Hoofdstedelijk Gewest woont.

Tags ,

Hoe zit het met personenbelasting?

Zowel de personenbelasting als een retributie worden door de overheid geïnd, hetzij federaal, gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk. Maar waar zit ‘m het verschil? We geven een voorbeeld: als je geld in een parkeermeter gooit, noemt men dat een retributie. Ook het geld voor de huisvuilomhaling wordt vaak hieronder geklasseerd. We betalen dus geld aan de overheid en zij doet meteen een soort van tegenprestatie. Bij belastingen is het ongeveer hetzelfde. Want ook hier betalen we rechtstreeks aan de overheid, maar de tegenprestatie die volgt ervaren we niet meteen.

Directe en indirecte belastingen

Maar zo eenvoudig is het allemaal niet. Binnen de belastingen heb je nog eens een onderverdeling; namelijk de directe en de indirecte belastingen. Directe belastingen zijn op voorhand bepaald want de overheid weet al wie die belasting moet betalen. Dit soort belasting wordt geheven als er een belastbare materie is. Voorbeelden hiervan zijn personen-, vennootschaps-, rechtspersonenbelasting en belasting van niet-inwoners. Indirecte belastingen zijn iets minder voorspelbaar omdat ze pas geheven kunnen worden als een gegeven situatie zich voordoet. Onder deze indirecte belastingen vallen onder andere de successierechten als de ouders overlijden, de BTW bij de aankoop van bijna alle goederen en de registratierechten bij de aankoop van grond.

Wie moet personenbelasting betalen?

In principe betalen alle rijksinwoners deze belasting. Dat wil samengevat zeggen: iedereen die in België woont of die vanuit België zijn besturingen doet. Met besturingen bedoelen we lidmaatschap van verenigingen, school, bankrekeningen enzovoort. Vanaf de geboorte onderwerpt de staat je aan deze belasting. Maar vanaf dan ontvang je ook onderhoudsgeld voor je kinderen en dat geld dien je niet aan te geven op je belastingbrief.

De basis van de personenbelasting

Volgens het wetboek wordt de personenbelasting berekend op het totaal netto inkomen van de belastingplichtige. Dat netto inkomen is het onroerend, roerend, divers en beroepsinkomen. De personenbelasting houdt verder wel rekening met eventuele kinderen en andere personen die de belastingplichtige ten laste heeft.

Juridisch en economisch dubbele belasting

Het is normaal dat één inkomen ook maar één keer belast mag en kan worden. Toch sluipt er soms een foutje in de administratie en kan het zijn dat je juridisch dubbel belast wordt. Je mag dan een klacht neerleggen door beroep te doen op het dubbelbelastingverdrag en op die manier de teveel betaalde som terug te vorderen. Wat wel kan en mag is economisch dubbel belasten. Dat wil zeggen dat je 150€ ontvangt en daarop belasting betaalt. Maar de particulier die dit betaalde heeft niet de mogelijkheid om die 150€ als onkost in te brengen omdat hij zelf ook al belasting betaalde op hetzelfde bedrag.

Tags , ,

Betekent meer loon meer belasting?

Houd je bij een loonsverhoging netto minder over dan voordien? Je komt immers in een hogere belastingschijf terecht waardoor een groter percentage op je inkomen betaald moet worden. Wat verduidelijking is hier op zijn plaats.

Het is eenvoudig: enkel het deel van je inkomen dat je in een hogere belastingschijf brengt, wordt hoger belast. Dit wil zeggen dat je inkomen van voor de loonsverhoging nog steeds onderhevig is aan hetzelfde tarief. Enkel het verschil van je inkomen met het maximale bedrag voor het lagere tarief, wordt aan dat hogere tarief belast.

Het is wel zo dat hoe hoger je inkomen is, hoe minder je overhoudt van die toename. Maar toch heb je netto (op jaarbasis) altijd wel meer dan voordien. Het kan wel zijn dat je nettoloon per maand lager uitkomt bij een loonsverhoging.

Maandelijkse interpretatie

Belastingen worden ingehouden door middel van het systeem van bedrijfsvoorheffing. Dit gebeurt maandelijks. De voorheffing wordt elk jaar verrekend met de definitief verschuldigde belasting.

Die voorheffing wordt niet volledig hetzelfde bepaald als de uiteindelijke belasting. Hierin zit de verwarring. De bedrijfsvoorheffing wordt bepaald per € 15. Dit zijn de wettelijke schalen. Bij een zeer kleine loonsverhoging kan het op die manier gebeuren dat je bij een hoger brutoloon, een lager nettoloon overhoudt (voor die maand).

Voorbeeld
(de bedragen zijn willekeurig om het duidelijk te houden):

Jasper verdient na RSZ-aftrek € 2999. Hij betaalt € 1400 bedrijfsvoorheffing. Netto geeft dat € 1600.
De volgende maand krijgt hij een loonsverhoging van € 1. De voorheffing bedraagt dan €1610. Hij houdt minder over.
Dit verschil, dat enkel voorkomt bij uiterst kleine loonsverhoging, wordt gecompenseerd bij de jaarlijkse eindafrekening. Het is dus niet blijvend.

Tags , , ,

Dividendbelasting: de staat wil ook haar deel!

Aandelen kopen, op de beurs spelen en je dagelijks bezighouden met speculeren levert meestal de nodige vruchten op. Je kunt door de juiste beslissing te nemen op het gepaste moment, bedragen in korte tijd verdubbelen. Een opgetogen gevoel is dan een vanzelfsprekend gevolg.

Toch moeten we hier ook aandacht schenken aan de keerzijde van de medaille. De winsten van je aandelen moet je namelijk met iemand delen: de staat. Ook op zulke opbrengsten moet je dus belastingen betalen. Opmerkelijk is dat deze belastingen wel eens kunnen verschillen van land tot land. Een korte beschrijving hierbij van de verschillen tussen Nederland en België betreffende de zogenaamde dividendbelasting kan interessant zijn.

Roerende voorheffing in België

Roerende voorheffing is de Belgische benaming voor dividendbelasting. Het kan eveneens beschouwd worden als een vorm van inkomensbelasting. Een bepaald percentage, 15 of 25 procent, wordt door de Belgische overheid doorgaans ingehouden. Dit gebeurt in praktijk door de bank of het bedrijf in kwestie. Belangrijk hierbij te vermelden is dat de inkomsten na deze belasting niet meer onderworpen worden aan andere vormen van heffingen. Men moet ze dus niet meer aangeven, ze worden bestempeld als ‘bevrijdend’.

Dividendbelasting in Nederland

De wet van de dividendbelasting in Nederland dateert van het jaar 1965. Opmerkelijk is dat deze wet stelt dat zowel mensen die binnen als buiten Nederland wonen en in het bezit zijn van aandelen, onderworpen worden aan deze vorm van belasting. Een ander kenmerk van de Nederlandse manier van dividendbelasting, is dat ze doorgaans 15 procent bedraagt van de opbrengsten. Deze opbrengsten worden overigens ruim opgevat, zowel dividenden en winstuitkeringen als liquidatie-uitkeringen vallen hieronder.

Een heffing op het inkomen in de vorm van een dividend is doorgaans een internationaal feit. Het komt vrijwel in heel Europa voor en vormt dan ook een mooie extra inkomst voor de staat. Toch vult elke staat dit een beetje op zijn eigen manier in. Dit zien we bijvoorbeeld al in de verschillen tussen België en Nederland. In België is er namelijk sprake van een bevrijdende roerende voorheffing, waardoor er geen extra heffingen meer bij komen kijken. In Nederland gaat men hier op een andere manier mee. Daar ziet men het als een onderdeel van een reeks belastingen. Daardoor bestaat het gevaar dat kapitalisten uitzoeken welk land het meest gunstig is voor hun aandelen en kapitaal.

Tags , , ,

Wat is Tax-on-web?

Tax-on-web is een online applicatie die je de mogelijkheid biedt je belastingsaangifte elektronisch in te dienen. Tax-on-web werd voor de eerste keer in gebruik genomen in 2003. Het aantal bezoekers is sindsdien gestaag blijven groeien.

Voor wie is Tax-on-web

Bijna iedereen kan zijn inkomsten in de personenbelasting online aangeven. Tot die groep behoren bijna alle privépersonen en zelfstandigen.

Aanvraag

Met een gebruikersnaam, paswoord en een lijst persoonlijke codes (token) kun je via je persoonlijke taxbox toegang krijgen tot je aangifte. Gehuwden of samenwonenden moeten een gemeenschappelijke aangifte indienen via dezelfde Taxbox. Maar zowel je partner als jij moeten over een eigen gebruikersnaam, paswoord en token beschikken.

De gebruikersnaam, het paswoord en de token kun je aanvragen via www.taxonweb.be. De token moet de toegang tot je Taxbox nog eens extra beveiligen. De token wordt binnen 10 dagen na de aanvraag naar je toegestuurd.

Als je een van de voorgaande jaren al gebruik gemaakt hebt van Tax-on-web, kun je met dezelfde gebruikersnaam, paswoord en token werken.

Als je al een elektronische identiteitskaart (eID) hebt, kan je je inschrijven op de federale portaalsite en hoef je geen token aan te vragen. Je hebt dan wel een kaartlezer en de bijhorende software nodig.

Taxbox

Een van de vele voordelen van een Taxbox is dat je niet langer naar het controlekantoor hoeft te gaan om je aangifte in de bus te deponeren.

Als je je aangifte online invult, kun je via een simpele muisklik bij iedere rubriek extra informatie opvragen over de betreffende rubriek, wat je veel zoekwerk bespaart.

Vanaf 2007 zijn bepaalde rubrieken vooraf al ingevuld. Dat zijn de elektronische gegevens waarover de overheid op dat moment al beschikt zoals de gegevens van de inkomstenfiches, de gegevens met betrekking tot sommige belastingvoordelen en gegevens met betrekking tot de onroerende inkomsten die voorkomen op het aanslagbiljet van het vorige aanslagjaar.

Andere voordelen

In tegenstelling tot bij de papieren aangifte hoef je geen bewijsstukken mee op te sturen.
Elektronisch je aangifte indienen vermindert het foutenpercentage. Het systeem kan zelf al een hoop fouten eruit filteren. Die worden in het rood aangeduid.
Voor je de aangifte verzendt, wordt de inhoud ervan gevalideerd. Je kunt dus alleen verzenden als er in de aangifte geen logische fout geslopen is.
Bij het invullen van de belastingsaangifte kun je de belasting laten berekenen door een module. Op die manier kan je het aanslagbiljet op zijn juistheid nakijken.

Tags , , , ,

Meer geld dankzij je kinderen

Het is een waarheid als een koe: kinderen kosten geld. Schoolspullen, kledij, lidgeld, hobby’s,… Maar vaak vergeten we dat ze ook geld opbrengen, dankzij alle fiscale voordelen waar je recht op hebt. Mensen met kinderen krijgen een mooi cadeau van de staat: ze moeten minder belastingen betalen.

Wat krijg je?

Als je kinderen je nog steeds ten laste zijn, heb je recht op een verhoging van de 6.040 euro die al belastingvrij is. Hoe meer kinderen je hebt, hoe meer de belastingvrije som omhoog gaat. Voor één kind krijg je een verhoging van 1.280 euro, voor twee kinderen wordt dat 3.310 euro, voor drie kinderen 7.410 euro en voor vier kinderen heb je recht op 11.980 euro. Elk kind boven het vierde levert nog eens een supplement van 4.570 euro op.

Kinderopvang is een van de dingen waar het meeste geld aan opgaat als je kinderen nog klein zijn. Voor je kinderen beneden de 12 mag je wel een deel van de kosten fiscaal aftrekken. Het moeten wel kosten zijn die gemaakt werden voor opvang buiten de gangbare schooluren en bij erkende opvanginstanties. Op je belastingsformulier mag je maximaal een bedrag van 11,20 euro per kind per dag in de kinderopvang aangeven. Dit bedrag is volledig fiscaal aftrekbaar en geeft je een belastingvermindering tegen het marginale tarief (dit is maximum 50 procent + gemeentebelasting).

Gebaseerd op je inkomen en gezinssituatie kun je ook studiefinanciering krijgen. Dit wordt voor kinderen in het lager onderwijs ingevoerd vanaf het schooljaar 2008-2009. Voor hogere studies kan je een studietoelage aanvragen bij de Vlaamse gemeenschap. Als je kind geen recht heeft op een studiebeurs kan het, afhankelijk van een aantal factoren, wel nog genieten van de korting op het inschrijvingsgeld.

Wat zijn de voorwaarden?

Voor de verhoogde belastingvrije som moeten je kinderen je nog ten laste zijn. Dit wil zeggen dat je kinderen nog bij je wonen en je nog steeds in hun onderhoud voorziet. Als ze op kot zitten zijn ze ook nog steeds ten laste van de ouders.

De eerste schijf van 2210 euro die je kinderen per persoon met een studentenjob verdienen is belastingvrij. Daarbij mogen ze maximaal 2660 euro per kind aan bijverdiensten hebben. Als ze meer verdienen, zijn ze je niet langer ten laste en verlies je de fiscale voordelen. Als je alleenstaande bent, mogen je kinderen tot 3840 euro per kind bijverdienen. Kinderbijslag, kraamgeld, adoptiepremies en dergelijke tellen niet mee voor dit bedrag. Je moet enkel rekening houden met de netto-inkomsten van je kinderen om te kijken of ze de limiet overschrijden of niet. Als je maandelijks meer dan 2610 euro aan onderhoudsgeld ontvangt, moet 80% van dit bedrag bij het netto-inkomen van je kind geteld worden.

Voor studietoelagen is er een inkomensgrens. De gangbare regel is dat, hoe meer je onder de limiet zit, hoe meer toelage je krijgt. Er spelen ook nog andere factoren mee, zoals gezinssituatie, inkomsten van de student en dergelijke.

Tags , , , , ,

Wat is financieel gezien het beste: trouwen of samenwonen?

Een huwelijk mag dan wel romantisch zijn, maar is het ook financieel de beste beslissing? Of is samenwonen fiscaal interessanter?

Feitelijk versus wettelijk samenwonen

De term ‘samenwonen’ alleen is niet specifiek genoeg. Er is namelijk een verschil tussen ‘feitelijk samenwonen’ en ‘wettelijk samenwonen’. Een koppel dat wettelijk samenwoont, heeft een verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Koppels die die verklaring niet afgelegd hebben, zijn feitelijk samenwonend.

Inkomstenbelasting

Uiteraard is dit onderscheid ook bepalend voor de berekening van je inkomstenbelasting. De wet stelt hier gehuwden en wettelijk samenwonenden aan elkaar gelijk. Gehuwde of wettelijk samenwonende koppels moeten slechts één belastingsaangifte invullen. Hun belastingen worden wel per persoon berekend, maar uiteindelijk ontvangen ze slechts één afrekening. Deze valt ten laste van de partner die de afrekening ontvangt.

Feitelijk samenwonende koppels beschouwt de fiscus als alleenstaanden. De partners moeten dan elk afzonderlijk een belastingaangifte invullen. De belastingen worden dus steeds per persoon berekend, ongeacht de gezinssituatie. De gezinssituatie beïnvloedt echter wel het bedrag dat uiteindelijk aan de fiscus betaald moet worden.

Je doet er dus goed aan om na te gaan welke gezinssituatie voor jou fiscaal de meest voordelige is. De juiste keuze kan je heel wat geld besparen. Daarom is het interessant om de voor- en nadelen van trouwen tegen elkaar af te wegen.

Voordelen van trouwen

Je moet minder belastingen betalen.
Dankzij het huwelijksquotiënt kan je per jaar tot 4000 euro aan belastingen besparen.
Je kunt je leningsuitgaven beter regelen.
Je betaalt minder belastingen op je levensverzekering.
De gezinswoning wordt beschermd.
Je bent automatisch de rechtstreekse erfgenaam van je partner.
Je kunt niet onterfd worden.
Je geniet lage schenkings- en successierechten.
Wanneer een van beide partners overlijdt, wordt de uitkering van de groepsverzekering vrijgesteld van successierechten.
Je betaalt geen successierechten op jouw erfdeel van de gezinswoning.

Nadelen van trouwen

Wanneer een van de partners werkloos is, moet je 1500 tot 2000 euro meer belastingen betalen.
Je krijgt geen extra vrijstelling voor je kinderen.
Je kinderen mogen minder bijverdienen.
Je moet een bijdrage leveren aan de gezins- en samenwoningskosten.
Na het overlijden van je partner ben je verplicht in het onderhoud van de andere gezinsleden te voorzien.
Je bent mee verantwoordelijk voor de schulden van je partner.
Een schenking kan herroepen worden.

Tags , , , ,

Hoe stel je een financieel plan op?

Een financieel plan zorgt voor meer financiële zekerheid. Je vermijdt onverwachte onkosten en stelt je bepaalde eisen voor ogen. Bovendien kan je vaak veel geld besparen door enkele maatregelen te nemen met betrekking op het alledaagse leven. Hoe een toekomst te verzekeren zonder financiële problemen?

Huishoudbudget

Het huishouden vergt vaak een flinke hap uit je inkomen. Toch kan je het slim aanpakken door een huishoudbudget op te stellen. Als je elke dag een bepaald bedrag voor ogen hebt dat je niet mag overschrijden, spaar je maandelijks een mooie som. Weet dus waar je gaat winkelen en let vooral op wat je uit de rekken neemt.

Creditcards

Kredietkaarten kunnen eveneens zwaar doorwegen op je inkomen. Ze zijn niet voor iedereen weggelegd, want je kunt er onbeperkt mee blijven kopen. Op het einde van de maand krijg je een overzicht van je aankopen en dan kan je weleens schrikken. De bedragen lopen almaar op, maar ook de intresten zijn niet te onderschatten. Zo kunnen je aankopen op krediet je uiteindelijk veel meer geld kosten dan je op het eerste zich zou denken.

Sparen

Een belangrijk aspect om je toekomst te verzekeren is sparen. Vooral pensioensparen is de laatste tijd erg in trek omdat de toekomst steeds onzekerder wordt. Het sociale vangnet zal het volgens velen binnenkort begeven en daar moet dan een alternatief voor worden gezocht.

Pensioensparen is een goede investering in de toekomst, maar ook beleggingen kunnen dat zijn. Aandelen kunnen je op lange termijn veel winst bezorgen maar er zijn natuurlijk ook risico’s aan verbonden.

Belastingen en taksen

Om je uitgaven te beperken moet je ook rekening houden met belastingen en bijkomende taksen. Een bepaald procent van de producten die je in de winkel koopt, gaat naar de staat. Om dit percentage zo laag mogelijk te houden, moet je vooral goed opletten. Bepaalde (luxe)producten zijn in buurlanden veel goedkoper vanwege een lagere heffing. Hier kan je handig gebruik van maken de volgende keer je de grens oversteekt.

Wil je een rooskleurige toekomst tegemoet gaan? Onderneem dan nu actie en vermijd al die onnodige onkosten. Een huishoudbudget zorgt ervoor dat je je meer bewust wordt van wat je koopt. Het weggooien van je kredietkaarten verlost je van al die extra interesten. Bovendien kan je ook heel wat uitsparen door het gebruik van luxegoederen met hoge BTW in de mate van het mogelijke te beperken. Sparen voor de toekomst is nooit overbodig. Een mooi bedrag dat je staat te wachten als je op pensioen gaat, is handig meegenomen.

Tags , , , , , , , , ,