Tag

3 vragen bij het uitwerken van een investeringsstrategie

Eens je besloten hebt met investeren te beginnen, zul je jezelf drie belangrijke vragen moeten stellen:
Investeren kun je voor korte of lange termijn plannen. Er zijn verschillende risicofactoren aan verbonden. Die risico’s moet je leren begrijpen en inschatten. Denk ook na over hoe je je erbij voelt.

Vraag 1: Voor hoe lang wil je je geld investeren?

Die vraag lijkt heel simpel, maar het antwoord erop is erg belangrijk. Dit antwoord bepaalt namelijk niet alleen hoeveel je wilt verdienen met de investering, maar ook tot op zekere hoogte hoeveel risico je zou willen nemen. Denk zeker aan een van de gouden regels van het investeren, namelijk: de waarde van je investering kan omhoog gaan, maar kan ook omlaag gaan.

Als je besluit te investeren op lange termijn, met geld dat je opzij kunt zetten en voor een paar jaar met rust te laten, dan is de aandelenmarkt ideaal voor een investering. Hoewel de beurs, net als elke andere markt hoogtes en laagtes kent, zal hij zichzelf doorheen de jaren altijd herstellen.

Maar als je maar voor drie à vijf jaar wilt investeren en je je geld in de aandelenmarkt belegt, wat gebeurt er dan als de markt juist op dat moment een duik naar beneden maakt? In een periode van 20 à 30 jaar maak je meestal wel winst op je aandelen, maar als je maar over een korte periode wilt investeren,  heb je waarschijnlijk veel minder winst om mee te spelen. Als je op lange termijn wilt investeren, kies dan voor aandelen. Op korte termijn kies je beter voor beleggingsfondsen.

Vraag 2: Hoeveel wil je eigenlijk verdienen?

Het antwoord hierop is, logischerwijze, zo veel mogelijk. Toch kun je beter denken in termen van realistische doelen. Bijvoorbeeld: als ik nu € 10.000 investeer, wil ik binnen 10 jaar 15% winst maken. dat is dus € 15.00, in totaal € 11.500. dat is geen grote aardverschuiving, maar denk eraan dat de winst die je kunt maken altijd evenredig is aan het risico dat je wilt lopen.

Iedereen wilt wel een ‘penny stock’ (goedkoop aandeel) kopen om er een jaar later achter te komen dat het bedrijf het nieuwe Microsoft of Google is. Maar dat gebeurt natuurlijk maar zelden. Als je geen risico wilt lopen, kies je beter voor een beleggingsfonds. Wil je graag een beetje ‘gokken’ en vind je het niet erg risico’ s te lopen, kies dan voor aandelen.

Vraag 3: Wat is het maximumrisico dat je wilt lopen?

Je investeringen mogen geen obsessie worden. Als je elke dag je investeringen moet checken en in paniek schiet bij elke kleine verandering, dan heb je te veel geïnvesteerd.

Zie je investeringen als een lange trektocht en de opbrengsten als de bestemming. Op welk deel van de weg begint je trektocht? Bevind je je aan de start, met andere woorden ben je jong en heb je nog geen echte verbintenissen, dan kun je je veroorloven iets meer te gokken dan iemand die zich op het einde bevindt en dus de pensioenleeftijd nadert.
Als je je ergens tussenin bevindt, deel dan je geld op in twee en investeer een deel in korte termijnbeleggingen, een ander in lange termijnbeleggingen.

Tags , , , ,

Wat zijn beleggingsfondsen?

In een beleggingsfonds of collectieve belegging investeren tal van spaarders een bepaalde som geld. Door het grote aantal spaarders wordt een groot kapitaal bijeengebracht.

Een dergelijke som geld levert heel wat mogelijkheden op:

De fondsbelegger geniet van betere voorwaarden.
Er is meer ruimte voor diversificatie, waardoor een grotere risicospreiding mogelijk wordt.
De individuele belegger krijgt toegang tot bepaalde deelmarkten die anders niet of moeilijk toegankelijk zijn. OLO’s en groeimarkten zijn hier voorbeelden van.
De administratieve rondslomp verbonden aan obligatie-, aandelen- of optieportefeuilles valt weg
De Bevek of Sicav zijn fiscaal interessant omdat inkomsten gekapitaliseerd worden. Op die manier wordt de roerende voorheffing ontweken.

Een beursvennootschap of bank bewaart de ingezamelde gelden en een ‘raad’ of beheermaatschappij zorgt voor het beheer. Zij hebben de taak om met het ingezamelde kapitaal een rendement te halen door te beleggen in aandelen, obligaties, opties, … Daarbij dient de ‘raad’ zich te houden aan de richtlijnen van het beheersreglement. Een verplichte spreiding van beleggingen is een voorbeeld van een richtlijn.

Als bewijs van investering ontvang je als belegger een aantal deelbewijzen of certificaten. Die zien eruit als een gewoon effect aan toonder. Sommige fondsen keren jaarlijks een coupon uit, andere fondsen nemen dan weer de vorm van een kapitalisatiefonds aan.

Collectieve beleggingsfondsen kunnen volgens verschillende criteria ingedeeld worden. Onderstaand worden enkele indelingen opgesomd.

Juridische indeling

Juridisch kan een onderscheid tussen contractuele en statutaire ICB’s (instellingen voor collectieve beleggingen) gemaakt worden:

Contractuele fondsen hebben geen rechtspersoonlijkheid en worden bijgevolg juridisch niet als een aparte entiteit beschouwd.
Statutaire ICB’s vormen een naamloze vennootschap of een commanditaire vennootschap op aandelen en hebben wel een rechtspersoonlijkheid. Deze fondsen zijn beter bekend onder de afkortingen Sicav (Socité d’Investissement B Capital Variable) of Bevek (Beleggingsvennootschap met Veranderlijk Kapitaal). Bij deze fondsen kan het kapitaal verhoogd of verlaagd worden. Bij de Sicaf (Socité d’Investissement B Capital Fixe) of Bevak (Beleggingsvennootschap met Vast Kapitaal) is dat niet het geval.

Indeling volgens toegankelijkheid

Open End-fonds: bij een Open End-fonds kunnen beleggers op gelijk welk moment toetreden of uit het fonds stappen. Het totale kapitaal is dus variabel en kan verlaagd of verhoogd worden. Daarbij komt dat nieuwe deelbewijzen gemaakt worden als de te investeren gelden verhogen. Wanneer meer beleggers verkopen dan aankopen, dienen de beheerders een aantal deelbewijzen te vernietigen. Door een deel van het kapitaal te gelde te maken, kunnen de uittreders betaald worden.
Closed End-fondsen: bij deze fondsen worden geen deelbewijzen vernietigd of bijgemaakt. Toetreden kan alleen wanneer een houder van deelbewijzen bereid is om te verkopen. Kenmerkend aan dit beleggingsproduct is dat de koers sterk bepaald wordt door vraag en aanbod waardoor er vaak afgeweken wordt van de intrinsieke waarde.

Indeling volgens beleggingspolitiek

Obligatiefondsen beleggen in obligaties van één of verschillende munten. Door arbitrage, een regelmatige aanpassing van de portefeuille, wordt een optimaal rendement behaald.
Aandelenfondsen beleggen in aandelen. Sommige fondsen beleggen uitsluitend in Belgische aandelen of in een bepaalde sector terwijl andere gemengd zijn door te beleggen in aandelen uit verschillende landen en/of verschillende sectoren
Gemengde fondsen beleggen in aandelen, obligaties en liquiditeiten. Doorgaans wordt gestreefd naar een mix van rendement en meerwaarde
Vastgoedfondsen beleggen in onroerend goed.
Thesauriefondsen beleggen op korte termijn. Deze fondsen bestaan uit termijnrekeningen samengesteld uit diverse valuta.
Venture capital fondsen beleggen in ‘high risk’ kapitaal. Vaak wordt belegd in jonge bedrijven met sterke groeimogelijkheden.
Opties- en futurefondsen beleggen in opties, termijncontracten en andere derivaten (afgeleide producten). Via een hefboomeffect spelen beheerders in op prijsbewegingen in aandelen, indices, grondstoffen, valuta’s, …
Paraplufondsen zijn opgebouwd volgens het ‘compartimenten’-systeem. Onder één gezamenlijke noemer worden verschillende fondsen uitgegeven waar bij elke compartiment gespecialiseerd is in één deelgebied zoals valuta, landen, … Voordeel hierbij is dat je als belegger gratis of met een minimum aan kosten kan overstappen naar het andere compartiment.
‘Hedge’-fondsen hebben de bedoeling om in een zo kort mogelijke tijdspanne zoveel mogelijk winst te maken. De manier waarop doet er in feite niet toe.
Pensioenspaarfondsen vormen door hun eigen fiscaal statuut een aparte categorie.

Kosten

Aan bijna alle beleggingsfondsen zijn kosten verbonden. De instapkosten variëren van 1 tot 3 %. Doorgaans zijn er ook uitstapkosten en beheerskosten worden altijd aangerekend.

Rendement

Het rendement is afhankelijk van het beleggingstype. Met uitzondering van de ‘fix-fondsen’ is een opbrengst nooit vooraf gegarandeerd. Als je belegt in fondsen van het type ‘uitkering’, ontvang je op regelmatige tijdstippen een coupon waarop je roerende voorheffing moet betalen. Kapitalisatiefondsen voegen interesten en dividenden toe aan het kapitaal van het fonds en zijn niet onderhevig aan roerende voorheffing.

Geld opvragen

Daar er dagelijks certificaten en aandelen verkocht worden kunnen effecten in principe te gelde gemaakt worden. Bepaalde fondsen zijn verhandelbaar op de beurs, maar gezien de enge markt is het beter om dat niet te doen.

Bevak versus vastgoedcertificaat

Het verschil tussen een Bevak en een vastgoedcertificaat is dat de laatste ophoudt te bestaan wanneer het vastgoed, waarop het certificaat betrekking heeft, verkocht wordt. Een Bevak blijft ook bestaan wanneer het vastgoed van de vennootschap verkocht wordt omdat die is opgericht voor onbepaalde duur.

Tags , , ,