Tag

Wat is een hypotheeklening?

Een hypotheek is een onderpand. Meestal koop je een huis met geleend geld van de bank. Dit geld krijg je slechts als je datzelfde huis (of eventueel een ander) in onderpand geeft aan de bank. De bank wordt hierdoor de belangrijkste schuldeiser en kan je huis verkopen wanneer je de lening niet meer kan terugbetalen. Ook andere zaken zoals een boot of een stuk grond kunnen als onderpand gebruikt worden.

Waarin verschilt een hypotheek van een gewoon onderpand? Een gehypothekeerd goed wordt ingeschreven in het hypotheekregister. Hierdoor kan iedereen vrij nagaan of er een hypotheek rust op een bepaald onroerend goed.

Voorts is er nog het fiscale voordeel van een hypotheeklening. Zo’n lening wordt aanzien als langetermijnsparen (LTS). Bij het vak van LTS kan je dan je afgeloste sommen en intresten ingeven, zodat je belastbare som lager is en je minder belasting moet betalen.

Een hypotheeklening voor een boot kan je enkel inbrengen als de boot in kwestie een vaste ligplaats heeft.

Welke soorten hypotheekleningen zijn er?

Je weet best waar je aan toe bent voor je een hypotheeklening afsluit. Hier volgt een kort overzicht van de verschillende soorten hypotheekleningen.

Aflossingsvrije hypotheeklening:
Er zijn geen tussentijdse aflossingen van het kapitaal. Je moet enkel de intresten betalen tijdens de looptijd van je lening. Als je genoeg geld hebt, betaal je de lening in één klap af. Je kan minder (enkel de intresten) inbrengen op je belastingaangifte.

Annuïteiten hypotheeklening:
Je betaalt elke maand dezelfde som. De maandelijkse aflossing van het kapitaal neemt toe, de maandelijkse intrest neemt af. Dit draait gewoonlijk duurder uit, maar je hebt meer zekerheid. Het kost je meer omdat je in het begin weinig kapitaal aflost, waardoor je lange tijd veel intrest blijft betalen. Omdat je almaar minder intrest betaalt, wordt je fiscale aftrek ook telkens minder.

Beleggingshypotheeklening:
Je maandelijkse aflossingen worden rechtstreeks geïnvesteerd in een belegging. De bedoeling is dat je met de opbrengst van je investering je intresten kan betalen. Dit blijft gokwerk. Je kan een extra schuld opbouwen of je kan zelfs wat overhouden aan deze gekoppelde investering.

Krediethypotheeklening:
Er is geen looptijd. Dit is een soort van doorlopend krediet met je huis als onderpand. Je kiest zelf hoeveel je wanneer terugbetaalt. Je hebt met deze formule veel vrijheid. Wat blijft, is dat hoe langer je wacht met betalen, hoe hoger je totale intrest oploopt. De maandelijkse aflossingen kan je in mindering brengen, maar de intresten kan je dan weer niet fiscaal inbrengen

Levenhypotheeklening:
Je sluit een levensverzekering af. Het kapitaal van je lening wordt bekomen door de investering in de levensverzekering. Wat je betaalt, is de rente van je lening. Maar de rente van de levensverzekering kan verschillen met die van de lening. Hierdoor kan je een extra schuld overhouden. Tegenwoordig kan je de inhoud van je contract gedurende de looptijd aanpassen.

Spaarbeleggingshypotheeklening:
De hybride hypotheeklening: een combinatie van spaarhypotheeklening en een beleggingshypotheeklening.

Spaarhypotheeklening:
Je spaart het nodige geld bijeen door middel van een levensverzekering. Aan het einde van de looptijd los je de hypotheekschuld af met de uitkering van de spaarverzekering.

Tags , , , , , ,

Obligaties: al je vragen beantwoord

Er zijn ondernemingen die spaargelden van klanten aanspreken om hun financieringen te verrichten. Op die manier hebben ze geld om te investeren of om voorraden aan te kopen. Een oplossing is het lenen van een bepaald bedrag aan een spaarder met de belofte hem het kapitaal terug te betalen voor een bepaalde vervaldatum. Dat noemen we obligaties. Meestal is die vervaldatum enkele jaren later. De onderneming betaalt de spaarder als beloning jaarlijks een rente die men voordien heeft vastgelegd.

“Ben ik zeker dat ik mijn geld terugkrijg?”

Bij obligaties hoef je geen schrik te hebben dat je het door jouw uitgeleende bedrag niet meer terugziet. Als de onderneming kredietwaardig is, heb je het kapitaal terug op de vervaldatum. Hoe kredietwaardig een bedrijf is, wordt door verscheidene organisaties berekend en is ook bekend onder de naam ‘rating’. Hoe hoger die waarde, hoe kredietwaardiger de vennootschap is.

“Ik heb het geld nodig nog voor de vervaldatum. Wat nu?”

Als je het geld nodig hebt nog voor de vervaldatum, moet je je obligaties op een secundaire markt zien te verkopen. De koers zal vanzelfsprekend lager liggen en dus kan het zijn dat je een kleiner bedrag terugkrijgt dan het oorspronkelijke belegde kapitaal. Het principe van vraag en aanbod bepaalt de koers op die secundaire markt.

“Zijn alle obligaties gelijk?”

Niet alle obligaties zijn gelijk. Er zijn converteerbare en nul-coupon obligaties. Converteerbare obligaties kunnen onder bepaalde voorwaarden omgezet worden in aandelen. Bij nul-coupon obligaties krijg je geen jaarlijkse coupon uitbetaald. Op de vervaldatum krijg je wel een hoger bedrag terugbetaald dan dat je oorspronkelijk uitgeleend hebt.

“Wat is een kasbon?”

Als een financiële instelling een obligatie uitgeeft, noemen we dat een kasbon. Het is eigenlijk een schuldbekentenis van die financiële instelling. Die ‘bekent’ dat ze een bepaald bedrag heeft ontvangen en dat ze die ook zal teruggeven op een vooraf bepaalde datum. Ook hier mag de uitlener een rente verwachten bovenop het oorspronkelijke bedrag. De belegger krijgt, bij het geven van geld, een waardepapier aan toonder. Het maakt dus niet uit wie de eigenaar is. Wie het papier inlevert, krijgt het geld.

Een kasbon kent twee delen: een mantel en een couponblad. De mantel vertegenwoordig het kapitaal en maakt duidelijk welke financiële instelling het geld heeft ontvangen, welke intrestvoet gehanteerd wordt en welke de vervaldag is. Het couponblad vertelt meer over de intrest. Elk jaar moet de belegger een coupon afknippen en het geld dan innen bij de financiële instelling. Op de vervaldatum moet de spaarder zijn mantel inleveren. Dan krijgt hij het gespaarde bedrag terug.

“Wat is een staatsbon?”

Een ander soort obligatie is de staatsbon. Die wordt door de Belgische staat uitgegeven. De uitgifte van een staatsbon vindt om de drie maanden plaats. In maart, juni, september en december kan je bij de overheid een staatsbon bekomen. De rente die je ontvangt, is afhankelijk van de geldende rentevoeten, de looptijd en het soort staatsbon die u wilt. Staatsbons zijn makkelijk verhandelbaar. Je kapitaal wordt gewaarborgd door de overheid.

Tags , , , , , , ,

Welke invloed hebben wisselkoersen op de beurs?

Het eindrendement van investeringen wordt vaak bepaald door de ontwikkeling van wisselkoersen, die de concurrentiekracht van ondernemingen bepalen. Hoewel de meeste Europese beleggers vaak enkel aandelen of obligaties uit de eurozone kopen, is het niet ongewoon dat ze ook aandelen kopen buiten die zone.

De meeste grote Belgische ondernemingen hebben ook vestingen en relaties in het buitenland. Zo is het goed mogelijk dat een Belgisch bedrijf in eigen land of zone haast een monopolie heeft, maar fel strijd levert met een bedrijf in Azië of Amerika.

Wat is een wisselkoers nu precies?

De wisselkoers is de prijs van een valuta uitgedrukt in een andere valuta of anders gezegd: de ruilverhouding tussen twee verschillende munten op de valutamarkt. Omdat de valutamarkt één van de meest veranderlijke markten ter wereld is, worden de verschillende wisselmarkten dagelijks aangepast.

In je financiële krant kan je dan de wijzigingen van de wisselkoersen volgen. De wisselkoersen die in de krant staan zijn referentiekoersen, gepubliceerd door de Europese Centrale Bank.

Wat bepaalt de wisselkoers?

Kort gezegd: alle factoren die een invloed hebben op de verhouding tussen vraag en aanbod, kunnen van invloed zijn op de wisselkoersen. De politieke stabiliteit en de economische toestand van een land, de groei en de onafhankelijkheid van de centrale bank zijn maar enkele redenen. Hieronder vind je de belangrijkste factoren.

De handelsbalans: dat is de verhouding tussen de in- en uitvoer van een land. Zolang er meer uitgevoerd wordt dan ingevoerd, blijft deze positief. Maar van zodra de handelsbalans negatief wordt (export < import), zal de eigen valuta in waarde dalen. Het land zal dan meer vreemde valuta moeten aankopen om importgoederen te kunnen betalen.

De rente: hoe hoger de rente van een land, hoe meer (vreemde) beleggers, en dus kapitaal, ze aantrekken. De eigen munt wordt ondersteund door het ingevoerde kapitaal, waardoor de muntkoers zal stijgen en dus sterker wordt.
Let wel op: laat je niet enkel door de hoge rente beïnvloeden. Als een rente zeer hoog staat, is dat negatief voor de munt op lange termijn. Deze zal immers niet meer gedekt zijn.

De koopkracht: wat je aan goederen en diensten kan kopen met een gegeven hoeveelheid geld. Volgens de koopkrachtpariteit kan je het relatieve prijspeil van de goederen en diensten in twee landen afleiden uit de wisselkoers tussen de munten van die twee landen. Als een product of dienst goedkoper is in hete ene land, zal het andere land dat ook daar kopen en vice versa. Met invoer- en uitvoertaksen en transportkosten wordt wel geen rekening gehouden.

Tags , , , , , , ,

Wat is een depositorekening?

Een depositorekening is een rekening waarop je je geld voor een bepaalde periode vastzet. De twee meest voorkomende depositorekeningen zijn de zichtrekening en de termijnrekening.

Zichtrekening

Met een zichtrekening kan je betalingen uitvoeren, in euro of in een vreemde munt, via overschrijvingen, wisselbrieven, betaalkaarten of cheques. Een financiële instelling beheert de zichtrekening in naam van een klant. Een van de belangrijkste kenmerken van een zichtrekening is dat je het beschikbare geld kan opvragen wanneer je wil. Je kan dat geld dan uit een bankautomaat halen. Bij de meeste banken betaal je vijf euro aan beheerskosten, maar die kosten kunnen verschillen, afhankelijk van de bank.

Termijnrekening

Een termijnrekening is een soort spaarrekening, maar in tegenstelling tot een normale spaarrekening (lange termijn), kan je een termijnrekening voor een bepaalde tijd laten blokkeren. Die termijn is meestal kort en varieert van 14 dagen tot één jaar. In België kan je pas vanaf 5000 euro een termijnrekening openen, maar in het buitenland is het minimumbedrag vaak hoger. Het tegoed kan zowel in euro’s als in een vreemde munt uitbetaald worden. Bij een termijnrekening worden geen beheerskosten aangerekend.

Intresten

Als je een depositorekening hebt, krijg je een vaste rente. Op een zichtrekening krijg je meestal een intrest van 0,5 procent. Het heeft daarom ook weinig zin om grote bedragen op die rekening te laten staan.

Op een termijnrekening dump je eigenlijk je geld totdat je definitief in iets wil beleggen. Het hangt af van je bedrag en van bank tot bank hoe groot je rente zal zijn. Hoe groter je bedrag en hoe langer de termijn, hoe groter de intrest. Daarom kan je beter even bij verschillende financiële instellingen horen achter de voordeligste rente. De geldende tarieven worden ook regelmatig gepubliceerd door de financiële tijdschriften en kranten.

Je tegoed opvragen

Bij een zichtrekening kan je meteen je tegoed opvragen, maar als je een aanzienlijk bedrag wil afhalen, verwittig je best even je bank. Banken bezitten uit veiligheidsoverwegingen maar een beperkte hoeveelheid cash geld.
Als bij een termijnrekening de opgestelde termijn afgelopen is, kan je vrij over het tegoed beschikken. Als je een goede relatie hebt met je bankier en een goede reden (overlijden, echtscheiding, emigratie, ziekte, enz.) hebt, kan je het tegoed zelfs al eerder opeisen.

Ongeveer drie dagen voordat de opgestelde termijn zal verlopen, moet je aangeven wat je intenties zijn met het gedeponeerde geld. Als je niets laat weten, verlengt de bank de termijn met dezelfde termijn zoals je eerst had afgesproken. De rente van de oude termijn wordt dan bij het basisbedrag opgeteld. De nieuwe rente wordt dan berekend op de som van het basisbedrag en de rente van de oude termijn. Denk er wel aan dat de nieuwe rente ook afhangt van de huidige marktrente en dus kan verschillen met de vorige marktrente.

Tags , , , , ,

Een introductie in de wereld van de obligatie

Heb je nog een extra centje over en wens je dat op een zinvolle manier te beleggen? Waarom denk je dan niet aan een obligatie?

Wat

Een obligatie is een schuldvordering voor een lening die aangegaan wordt door een bedrijf of de overheid. Met een obligatie leen je dus met andere woorden een bepaald bedrag uit aan een bedrijf of overheidsinstelling.

Natuurlijk doe je dat niet zomaar. Op voorhand wordt reeds een bepaalde rente afgesproken die het bedrijf in kwestie of de overheid je op bepaalde tijdstippen, meestal jaarlijks, betaalt. De hoogte hiervan is onder andere afhankelijk van de mate waarin er risico is op faillissement.

Hoe meer risico, hoe meer rente je toegekend zal worden. Op het einde van de overeengekomen periode waarin je obligatie loopt, krijg je je nominale bedrag terug.

Waarom

Hoewel er altijd het risico bestaat dat het bedrijf in kwestie failliet gaat en je niet zal kunnen terugbetalen, is een obligatie een relatief veilige belegging. Je bent namelijk quasi zeker van je jaarlijkse rentevergoeding en de terugbetaling van de hoofdsom op het einde van je belegging.

Toch is een obligatie niet helemaal risicoloos. Naast de kans op faillissement, is je rendement afhankelijk van de koers van de obligatie. Zo zal de waarde van je obligatie stijgen bij algemene rentedaling en zal het omgekeerde gebeuren bij algemene rentestijging.

Hoe

Wanneer je je een obligatie aanschaft, zal je zien dat deze uit twee delen bestaat: een mantel (het hoofdsomdeel) en een couponblad (de rentevergoeding).

Het couponblad bevat coupons met de vermelding van het rentebedrag en de datum waarop het geïnd kan worden. Op die datum knip je de coupon uit en bezorg je hem aan je financiële instelling. Die zal vervolgens de juiste rentevergoeding aan je overmaken.

Soorten

Hoewel er verschillende soorten obligaties bestaan, kunnen we een belangrijk onderscheid maken tussen staatsleningen en bedrijfsobligaties. Het rendement bij bedrijfsobligaties is meestal hoger dan bij staatsleningen waardoor ze steeds meer aan populariteit winnen.

Naast de ‘gewone’ obligatie, kunnen we nog twee, meer bijzondere, bedrijfsobligaties onderscheiden: de converteerbare en de omgekeerd converteerbare obligatie.

Bij de eerste kan je, indien je dat wenst, je obligatie ruilen voor aandelen van het bedrijf in kwestie. Hierdoor kan je ook profiteren van de koerswinst op de aandelen.

Bij de omgekeerde converteerbare obligatie is het niet jij, maar het bedrijf dat beslist of en wanneer de obligatie wordt omgeruild voor aandelen. Dat heeft natuurlijk wel een hoger risico tot gevolg.

Tags , ,

Wat is een obligatie?

Een onderneming die geld nodig heeft, kan een lening aangaan bij het publiek en op die manier voldoende gefinancierd worden. Zo’n lening noemen we een obligatie. De koper van zo’n obligatie ontvangt in ruil rentevergoeding.

Als het bedrijf obligaties uitgeeft, kan het een bepaalde som geld lenen van de spaarder en belooft het hem het kapitaal terug te betalen op een vooraf bepaalde datum, de vervaldatum.

Die vervaldatum valt meestal enkele jaren later, maar minstens 2 tot 3 jaar. De onderneming zal de spaarder als beloning ieder jaar of meerdere keren per jaar een vaste rente betalen. Die rente wordt vooraf bepaald en is een bepaald percentage van het totaal geleende kapitaal.

Een obligatie geeft je de zekerheid dat je het geleende kapitaal terugkrijgt op de vervaldatum, op voorwaarde dat de onderneming kredietwaardig is. Op de kredietwaardigheid van ondernemingen wordt een getal geplakt, de ‘rating’. Hoe hoger die rating is, hoe kredietwaardiger de onderneming.

Aan obligaties zijn doorgaans convenanten verbonden. Dit zijn bepalingen die verschillende beperkingen of mogelijkheden kunnen opleggen aan de emittent (bedrijf dat obligatie uitgeeft).

De spaarder kan ook beslissen de obligaties voor de vervaldatum te verkopen op de secundaire obligatiemarkt. Hoeveel hij daarvoor krijgt, hangt af van de koers. Hij krijgt dus niet altijd 100% van het oorspronkelijk belegde bedrag terug.

Waarde

De waarde van de obligaties wordt door twee factoren bepaald, namelijk het risico aan de obligatie en de schommelingen van de marktrente. Dat risico zit verrekend in de rente bij de uitgifte van de obligatie. Het risico aan de obligatie is mate van kan op een faillissement van de onderneming voor de vervaldatum van je obligatie.

Soorten

Converteerbare obligaties: obligaties die onder bepaalde voorwaarde omgezet kunnen worden in aandelen.
Nul-coupon obligaties: betalen geen jaarlijkse coupon uit, maar betalen op de vervaldatum een hoger bedrag dan het oorspronkelijke bedrag van de belegging.
Kasbon: obligatie die uitgegeven wordt door financiële instelling
Staatsbon: obligatie die uitgegeven wordt door overheid

Tags , ,